Slachten + tracabiliteit

Voor het slachten worden de levende runderen gecontroleerd en in individuele boxen gezet. Samen met de Sanitelgegevens van de identificatiekaart van het rund voert men het gewicht en het interne nummer in in ons centrale computersysteem. 
Vanaf dat moment begeleiden deze gegevens het volledige verwerkingsproces en maken zij een volledige traceerbaarheid van het rund mogelijk. Er mag enkel geslacht worden in het bijzijn van een FAVV-keurder. 

Tijdens de antemortemkeuring ondergaat het levend rund een grondig gezondheidsonderzoek.
Aan het einde van de slachtgang wordt het karkas gewogen en geklasseerd volgens het “Seurop-klassement”. 
Een erkend klasseerder is hiervoor verantwoordelijk. 

Traceerbaarheid is naast constante productkwaliteit en algemene voedselveiligheid een rode draad doorheen de productieketting. Dankzij onze uitstekende traceerbaarheid kunnen wij de herkomst van het vlees garanderen. Via het etiket op de winkelverpakking kunnen klanten nagaan welk bedrijf het vlees heeft geproduceerd en verwerkt. Wij kunnen op onze beurt nagaan welke transporteur het dier heeft aangevoerd en wie de (laatste) afmester was. Wij “traceren” zelfs de krachtvoederleverancier. Elk rund dat op het slachthuis aankomt, is vergezeld van een Sanitel-identiteitskaart waarop een uniek nummer per dier vermeld staat. Gedurende het volledige productieproces blijft dit nummer de basis van de traceerbaarheid. We volgen dus de “voorgeschiedenis van het dier” van boer tot bord.

De slachtleeftijd heeft een grote invloed op de kwaliteit van het vlees. We werken ook hier naar wens van de klant.